Werken aan kortere wachttijden in de ggz: een project bij Trimbos

Lange wachttijden in de ggz en een moeizame samenwerking tussen ggz, huisartsenzorg en het sociaal domein vormen al jaren een knelpunt in de mentale gezondheidszorg. Vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn daarom verschillende initiatieven in gang gezet om de toegankelijkheid van de mentale gezondheidszorg te verbeteren en mensen sneller op de juiste plek te krijgen.

Bij het Trimbos-instituut werkte Jurre mee aan de evaluatie van de Versnellers-aanpak. In deze aanpak versterken onafhankelijke professionals de domeinoverstijgende samenwerking in regio’s, zodat mensen sneller op de juiste plek terechtkomen en de toegankelijkheid van de ggz wordt vergroot.

Breed kijken naar wat iemand nodig heeft

Binnen de Versnellers-aanpak spelen het verkennend gesprek en het domeinoverstijgend casusoverleg (DOCO) een belangrijke rol. Het verkennend gesprek is bedoeld om samen met de hulpvrager breed stil te staan bij de hulpvraag en de situatie waarin iemand zich bevindt. Psychische klachten en de hulpvraag worden door verschillende professionals bekeken in de context van iemands leven zoals werk, sociale contacten en daginvulling. Op basis daarvan wordt verkend welke hulp of ondersteuning passend is, binnen of buiten de ggz.

Het DOCO is een overleg waarin professionals uit verschillende domeinen, zoals de ggz, verslavingszorg, het sociaal domein en ervaringsdeskundigheid, samen een casus met complexe problematiek bespreken die is vastgelopen in het reguliere verwijsproces. Het doel is om sneller tot een passende vervolgstap te komen voor mensen die via het reguliere verwijsproces niet op de juiste plek terechtkomen. Doordat verschillende partijen samenwerken, ontstaat meer ruimte om breder te kijken naar wat nodig is en wie daarin iets kan betekenen.

In gesprek met betrokkenen

Om zicht te krijgen op het functioneren van het verkennend gesprek en het DOCO, werkte Jurre mee aan interviews met betrokkenen. Zo sprak hij onder andere met hulpvragers en professionals, zoals GZ-psychologen, huisartsen, ervaringsdeskundigen en maatschappelijk werkers. In de interviews werd onderzocht welke elementen goed werken en welke onderdelen om verbetering vragen. Hij hield zich bezig met zowel de voorbereiding als het afnemen van de interviews. Daarbij zette Jurre de werving van deelnemers op, was hij verantwoordelijk voor de planning en hielp hij mee om de interviews inhoudelijk voor te bereiden.

In de loop van het project nam Jurre steeds vaker de leiding in de interviews. Een goed interview geeft ruimte aan iemands verhaal en houdt tegelijk structuur, zodat de onderwerpen die vooraf zijn voorbereid ook aan bod komen. Juist die combinatie maakte het leiden van interviews enorm leerzaam. Wanneer moet je doorvragen? Wanneer is het beter om iemand zijn verhaal te laten vertellen? En hoe houd je overzicht, terwijl er ruimte blijft voor wat iemand zelf belangrijk vindt? In deze gesprekken leerde hij snel te schakelen en hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden.

Van gesprekken naar inzichten

In de analyse van de interviews werd zichtbaar welke elementen als waardevol werden ervaren en waar verbetering zit. Zo bleek bijvoorbeeld dat professionals die deelnemen aan een DOCO voldoende mandaat vanuit hun organisatie moeten hebben. Als dat ontbreekt, kan een casus alsnog op een wachtlijst terechtkomen. De interviews lieten ook zien wat het DOCO kan opleveren. Casussen die al meerdere keren waren afgewezen, konden in sommige regio’s binnen vijf tot tien minuten aan een passende organisatie worden gekoppeld. Tegelijk liet de evaluatie zien dat voor individuele hulpvragers sneller een passende vervolgstap wordt gevonden, terwijl het effect op de wachttijden beperkt blijft bij de huidige aantallen.

Ook in de evaluatie van het verkennend gesprek kwamen duidelijke aandachtspunten naar voren. De meerwaarde zit vooral in het breed kijken naar de hulpvraag en de context van iemands leven. Zo kunnen er hulpvragers in het sociaal domein geholpen worden die zonder verkennend gesprek naar de ggz zouden zijn verwezen. Tegelijk bleek dat goede uitleg vooraf, duidelijke opvolging en beter zicht op wat het gesprek op langere termijn oplevert voor de hulpvrager belangrijk zijn om het verkennend gesprek goed te laten werken.

Naar een concreet eindproduct

De inzichten uit de interviews werden uitgewerkt tot vijf deelrapporten. Jurre schreef daarvan één zelf, en droeg daarnaast bij aan de andere vier rapporten. Zo maakte hij het onderzoeksproces van begin tot eind mee: van de werving van deelnemers en het afnemen van interviews tot de analyse en het schrijven van een concreet rapport.

In de rapporten staan niet alleen de belangrijkste bevindingen over het verkennend gesprek en het DOCO, maar ook concrete aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het DOCO en het verkennend gesprek binnen de Mentale Gezondheidsnetwerken. Zo kwam onder meer naar voren dat relevante partijen goed vertegenwoordigd moeten zijn, dat structurele terugkoppeling over de opvolging van adviezen uit verkennende gesprekken en casusbesprekingen belangrijk is en dat de inzet van ervaringsdeskundigheid beter financieel ondersteund moet worden. De rapporten worden waarschijnlijk voor de zomer openbaar op de website van Trimbos-instituut. Voor Jurre is dat een mooi eindpunt van een project waarin veel samenkwam: inhoudelijk verdiepen, interviews leiden, analyses maken en onder tijdsdruk toewerken naar een zichtbaar resultaat.

Tijdelijke inzet van een Trainee?

Voor zorgorganisaties die willen starten met de Milieuthermometer Zorg, kan de inzet van een Trainee uitkomst bieden. Een Trainee brengt de uitvoeringskracht om het traject daadwerkelijk in beweging te krijgen. Ondersteuning nodig?